Ziekenhuiskosten voor de patiënt blijven stijgen

Een hospitalisatieverzekering is niet verplicht, maar kan geen overbodige luxe zijn. Ziekenhuisopnames gaan immers vaak gepaard met hoge en moeilijk voorspelbare kosten, zo blijkt uit recente cijfers.
Uit twee rapporten van het Intermutualistisch Agentschap (IMA) over de ziekenhuiskosten ten laste van de patiënt blijkt dat de gemiddelde factuur voor een klassieke opname 2.778 euro bedraagt in een eenpersoonskamer, tegenover 323 euro in een meerpersoonskamer. De uiteindelijke kost kan echter sterk variëren.
Om te vermijden dat patiënten noodzakelijke zorg uitstellen, moet de financiële impact van een ziekenhuisopname beter voorspelbaar en beheersbaar worden. Dat is des te belangrijker voor wie geen aanvullende hospitalisatieverzekering heeft.
De Ziekenhuisbarometer
De Ziekenhuisbarometer volgt de evolutie van de gefactureerde kosten en laat toe de financiële toegankelijkheid van ziekenhuiszorg te evalueren. Volgens de meest recente gegevens (2024) werd in totaal 1,60 miljard euro aangerekend aan patiënten voor ziekenhuisverblijven en dagopnames in algemene en universitaire ziekenhuizen.
Ereloonsupplementen – die enkel mogen worden aangerekend bij een expliciete keuze voor een eenpersoonskamer – zijn goed voor 760 miljoen euro, bijna de helft van het totaal. Daarnaast betalen patiënten 460 miljoen euro aan remgeld, het deel van de officiële tarieven dat zij zelf dragen.
Opvallend is de sterke stijging van de ereloonsupplementen: +9,1% tegenover 2023. Dat is aanzienlijk meer dan de stijging van de tussenkomst van de ziekteverzekering (+5,6%) en van het remgeld (+1,5%).
Moeilijke inschatting
Een opname in een eenpersoonskamer kost gemiddeld acht keer meer dan een verblijf in een meerpersoonskamer. Maar ook zonder eenpersoonskamer kunnen de kosten oplopen, bijvoorbeeld door implantaten, niet-terugbetaalde prestaties of langere verblijven. In 5% van de opnames in een twee- of meerpersoonskamer betaalt de patiënt meer dan 1.000 euro.


